Archief voor oktober, 2008

31
okt
08

Éditions Les Capucines

Nicole Darchambeau publiceert bierrecepten.

Vandaag (31/10/2008) opent de Antwerpse boekenbeurs de deuren voor het grote publiek. Meer dan 60.000 titels zoeken lezers. Voor de bier(boeken)liefhebber zal het allicht een weinig succesvolle zoektocht zijn naar boeken over zijn of haar geliefde gerstenat; tenzij er nog een boek in jouw collectie ontbreekt van Jef Van den Steen, die er overigens signeert op zondag 9 november van 15:00 tot 16:30 uur.  Het valt nog te betwijfelen of ik tijd wil of kan vrijmaken om te snuisteren tussen de drukte.

Op Bièrebel maakt men melding van het verschijnen van een nieuw bierculinair boekje dat allicht niet op het boekenfestijn te vinden zal zijn: ‘Chimay, une cuisine festive’.  Schrijfster Nicole Darchambau is daarmee niet aan haar proefstuk toe.  In 1994 publiceerde ze met ‘La bière ça se mange’ haar eerste boekje over haar culinaire exploten met bier.  Nog in datzelfde jaar bracht ze ‘Saveurs d’ Orval’ (Het genot van Orval) uit.  In 2006 verscheen ‘Les Trappistes de Rochefort, une cuisine de terroire’, zodat ze met haar nieuwste publicatie de drie Waalse trappistenbieren (en hun kazen, …) met een boek vereerd heeft.

Niet alleen het trappistenbier inspireert haar in de keuken.  Brouwerij Cantillon komt aan bod in ‘La Gueuze Gourmande’ (1995) en ‘Le Temps des Cerises chez Cantillon’ (1999 en 2005). In 1996 verscheen ook nog ‘Délices de la brasserie de Silly’. Meer dan 600 bierrecepten werden door Nicole Darchambeau reeds gecreëerd en gepubliceerd: ‘Als een schilder hanteer ik een pallet aan smaken waarmee ik een harmonieus en smakelijk geheel tracht te creëren’. Begeesterd door koken, gefascineerd door bier? De boekjes worden op de markt gebracht door haar eigen uitgeverijtje: Éditions Les Capucines.

‘Chimay, une cuisine festive’, 80 pagina’s – ISBN 978-2-9600836-0-6, € 12,00
Te verkrijgen bij ‘Éditions Les Capucines’ en l’Auberge de Poteaupré

Éditions Les Capucines
Nicole DARCHAMBEAU
Avenue des Capucines, 15
1342 LIMELETTE
Tel/Fax: 010 41 13 47
nicole.darchambeau@skynet.be

Bronnen en meer info:
“La cuisine à la bière. Une histoire de rencontres”, door Pierre Lebrun (Bièrebel, 12/11/2007).

22
okt
08

Bierfirma Pirlot wordt brouwerij?

Guy Pirlot op weg naar eigen brouwerijtje.

Midden jaren ’80 startte Guy Pirlot in de keuken van ‘moeder de vrouw’ zijn brouwactiviteiten en de zoektocht naar ‘een lekkere, stevige blonde’.  Gedreven door de vele positieve reacties werd officieel van start gegaan met een brouwerijtje, maar de zelfgemaakte ketels met een capaciteit van 50 liter bleken al snel ontoereikend.  Guy besloot zijn bier te gaan brouwen in de installaties van brouwerij Paeleman in Wetteren, maar toen dit niet meer kon, verhuisde de productie naar de Proefbrouwerij in Lochristi.


Guy Pirlot (R)
foto © Danny Van Tricht

De droom van een eigen volwaardige brouwerij bleef: “Na lang zoeken ben ik op een hoevetje gevallen aan de Heistraat in Zandhoven. Voor mij is het ideaal. In de schuur zonder plafond kan ik perfect mijn brouwketels plaatsen en het vroegere woongedeelte kan een verbruikszaal annex proeflokaal worden.” De gemeenteraad keurde vorige week de opmaak voor een plan van het nieuw toeristisch recreatief project ‘De Ambachtelijke Brouwerij’ unaniem goed.  Behalve een brouwerij met proeflokaal wil men ook een educatief hopveld aanplanten.  De ecologische voetafdruk wordt beperkt door het gebruik van zonnepanelen. 

Guy Pirlot zet met de goedkeuring een enorme stap richting eigen brouwerij.  Mogelijk stromen zijn Kempisch Vuur Tripel, Kempisch Vuur 3-Dubbel en Kerstvuur binnen afzienbare tijd uit de eigen ketels.

Bronnen en meer info:
Website Brouwerij Pirlot
Heistraat krijgt unieke ambachtelijke brouwerij (Gazet van Antwerpen 21/10/2008)

14
okt
08

Gigantisch Geflest

Bierflessen in grote formaten.

Een magnum bier vind je wel eens.  Onlangs op het bierfestival van De Heeren van Liedekercke kon je maar liefst 25 bieren proeven die gebotteld waren in dat formaat.  Grotere flessen, zoals de Methusalem die we bij Frank Boon (artikel) kraakten of de Salmanazars die de Waregemse Bierfanaten veilden voor het goede doel op hun vorige bierfestival, zijn eerder zeldzaam.  Tenzij bij Brasserie St-Feuillien: daar vult men uitsluitend grote flessen af (de kleine formaten worden gebotteld bij brasserie Du Bocq): behalve de bovengenoemde formaten kan je er ook Jeroboams verkrijgen.  Balthazars en Nebuchadnezzars (of Nabuchodonosors) rollen er niet meer van de band wegens ‘ontploffingsgevaar’.  Moeilijke namen, maar hoeveel liter bier bevatten zij respectievelijk?

Flesmaat

Inhoud in Liters

Magnum 1,50
Jeroboam 3,00
Rehoboam 4,50
Methusalem 6,00
Salmanazar 9,00
Balthazar 12,00
Nebuchadnezzar 15,00

De namen van de flessen werden overgenomen uit de wijnwereld.  Er bestaan uiteraard kleinere, maar ook nog veel grotere formaten.  Een volledige lijst vind je op deze pagina van Wikipedia.


Van links naar rechts: een Nebuchadnezzar, een Balthazar en een Salmanazar in de kelders van Champagnehuis Pannier in Château-Thierry (F)

Het dikke gedeelte van de fles noemt men overigens de ‘buik’, het bovenste gedeelte de ‘hals’.  En de holle bodem: dat is de ‘ziel’.

09
okt
08

Frank Boon

Op bezoek bij de grootmeester.

In 1978 vult Frank Boon in Halle een paar Methusalems – flessen van 6 liter – met een mengeling van oude en jonge lambikken, 80% frambozen en 20% krieken.  Het is Le Miroir – ooit zelf nog brouwerij – in Jette die de flessen frambozenbier heeft gevraagd, maar als één van de uitbaters sterft, wordt afgezien van de bestelling.  De flessen verhuizen enkele malen vanuit Halle naar eindbestemming Lembeek.  Ooit stonden de flessen eens onder water in een kelder, “wat niet erg is zolang de druk in de flessen groter is dan die van het water”.  Begin oktober en dertig jaar later doorzoeken Lambikstoempers Wanne Madalijns, Wim Dekelver en ikzelf de brouwerij in Lembeek, op zoek naar Frank Boon.  Eén van de kolossale flessen is beginnen lekken: het is tijd om de geest uit de fles te halen.

De eenvoudige muilband, een manueel in elkaar gedraaide gegalvaniseerde ijzerdraad, wordt verwijderd. Minutieus, geduldig en secuur als bij een operatie, wordt de fragiele kurk uit de flessenhals getrokken.  Een zachte zucht laat het leven los.  Voorzichtig, om de flinke laag gist niet te doen opschrikken, wordt het oude bier in kruiken overgeheveld.  Een helder robijnkoperen bier laat onze ogen stralen.  Het is stil als de eerste geuren onze neusholten binnendringen, als het oude vocht onze lippen beroerd.

  

Het is al even magisch om hier naast Frank Boon dit bier te mogen proeven, een levende encyclopedie in de materie van de lambikbieren.  In 1975 startte hij als 22-jarige bescheiden als geuzesteker en handelaar in speciale bieren in een voormalige suikerfabriek in Halle. In 1978 kocht hij de stekerij van Jean De Vits in Lembeek: een waar ‘Bokrijk’.  Wegens plaatsgebrek verhuisde Frank naar een leegstaande fabriek in het centrum.  De passie voor lambikbieren maakte ook echte brouwplannen los. De brouwzaal, gemonteerd met traditioneel tweedehandsmateriaal, werd operationeel in 1989.  Het eerste brouwsel van 40 hectoliter werd feestelijk gevierd op 6 september 1990.  Uitgebreide informatie over de geschiedenis van brouwerij Boon kan je lezen in het artikel van Casimir Elsen voor De Zytholoog nr. 6 (verschenen juli 2004).


Het lambikbrouwseizoen is weer volop aan de gang.

Het oude frambozenbier geurt meteen naar vanille en kruidnagel. “Eigen aan oude lambik”, verklaart Frank Boon, die ook nog een whiskyverbinding waarneemt.  Het zurige aroma draagt een lichte houttoets, wat framboos, later ook krieken. De smaak is scherp zuur, maar nog binnen de grenzen van het aanvaardbare, niet agressief.  De nasmaak brengt niets nieuws, maar blijft lang hangen.  Toevoeging van Frank over het bier een dag later: “We hebben de rest van het bier in kruiken gedaan en die een dag koel bewaard, afgesloten van de lucht.  Het was zeer merkwaardig om dat een dag later te proeven: door de lichte oxidatie was de zure smaak veel minder waarneembaar en kwamen de houtachtige, cassisachtige smaken naar de voorgrond.  Ondanks het gebrek aan koolzuurgas was het bier ook volmondiger geworden.”  In vergelijking met de framboise van 30 jaar geleden, worden tegenwoordig 15% meer frambozen toegevoegd.

Na een paar glaasjes stelt Frank voor om Donkere Duivel te degusteren van amper 48 uur jong. Om de overgang van de oude zure knar naar het jonge zoete veulen niet al te brusk te maken, proeven we eerst enkele lambikken uit de foeders met een inhoud van 65 tot 100 hectoliter.  “In 2001 hadden we maar 13 foeders, nu maar liefst 87”, vertelt Frank Boon, “en terwijl enkele grote spelers kreunen onder het dalend bierverbruik, kan ik de toenemende vraag amper volgen!”  Dit jaar zal hier 12% meer lambik geproduceerd kunnen worden, terwijl men verwacht dat de vraag tot 20% zal toenemen.  Het sleutelwoord is ‘kwaliteit’, die Frank Boon hoog, maar ook zo constant mogelijk tracht te houden. “Grote brouwerijen proberen met de modernste technieken het bier zo goedkoop mogelijk op de markt te brengen met nefaste gevolgen voor de smaak van hun bieren. En als de kwaliteit van hun bieren daalt, is het maar normaal dat ook de consumptie naar beneden gaat.  De kinderen van de groten studeren economie of rechten; mijn zoon studeert biochemie: het bier moet primeren.”

Onze tocht langs de foeders is een leerrijke les in ‘smaken herkennen’.  Proeven is één zaak; er de juiste chemische verbindingen in functie van het evolutie- of brouwproces van het bier aan koppelen is nog heel wat anders.  Een eerste jonge lambik heeft significant kruidnagel in het aroma. “4-Vinylguaiacol”, verklaart Frank Boon, “iets wat je ook in hogegistingsbieren kan vinden en zelfs kenmerkend is voor Westmalle Tripel”.  Een andere lambik – bijna klaar voor het versnijden tot geuze – heeft een okkernotensmaak, nadat we de lambik stevig in ons glas hebben rondgewalst om de sterke zwavelgeur te doen verdwijnen: “zwavelverbindingen die ontstaan bij de vergisting, maar snel oplossen in contact met de CO² in de lucht”.  Weer een andere lambik heeft een ‘vieze bloemkolengeur’, wat wijst op DMS (dimethylsulfide).  Telkens gaat het om stappen in het vergistingsproces en allen zijn het tijdelijke fenomenen.

We stappen naar een nog vrij nieuwe volledig betegelde ruimte.  Een schril contrast met de foederzaal.  De hygiëne is hier van enorm belang, want het is absoluut niet evident om een hogegistingsbier te brouwen waar de concentratie van wilde gisten in de lucht zo hoog is.  In deze ruimte staan klaringskuipen, overtrektanks om lambik te mengen, botteltanks (bier dat klaar is voor afvulling), lagertanks en 5 cilinderconische gisttanks.  De gisttanks zijn slechts zo’n 170 cm hoog: “gisttanks van boven 2 meter bemoeilijken of verhinderen zelfs de estervorming, belangrijk voor een hogegistingsbier”.  Frank presenteert ons een glaasje van de Donkere Duivel in wording en schat het alcoholgehalte tot dus ver rond de 4 vol%alc.  Het jonge bier heeft een zoetig en hopbitter aroma.  De smaak is erg zoet, plakkerig, caramel en ik proef wat rijpe banaan.  In de nasmaak komt weer wat hopbitterheid opzetten.

De naam Duivelsbier stamt uit 1883 en werd gebrouwen door Pêtre Frères. Oorspronkelijk was het een bier voor bedevaarders, later kreeg het de stempel van ‘carnavalsbier’.  In 1952 wordt het biermerk overgenomen door brouwerij Vanderlinden en sinds 2002 zit het bier in de portefeuille van brouwerij Boon die het recept van het bier – met een toen niet al te beste reputatie in de streek – hertekent.  Brouwerij Moortgat is uiteraard nooit blij geweest met de benaming ‘Duivelsbier’ of ‘Donkere Duivel’.  Nochtans gebruikt Moortgat de naam Duvel pas sinds 1924.  Oorspronkelijk was het nu beroemde blond overvloedig schuimend bier trouwens bruin!  Pas in 1965 wordt de zware blonde ontwikkeld als een ‘champagnebier’ naar Duits voorbeeld.  In het fluitglas dat gebruikelijk was, kon je onmogelijk een volledig flesje Duvel gieten.  In 1972 wordt daarom het kelkglas – nu een icoon – geïntroduceerd.  De geschiedenis van Duivelsbier en Duvel wordt in dit artikel chronologisch beschreven.

Het zou me te ver drijven om alle verhalen en alle wetenswaardigheden die Frank Boon ons tijdens ons meer dan 3 uur durend bezoek vertelde hier neer te schrijven.  De stormvloed aan informatie was ook onmogelijk allemaal te onthouden (en het was te intrigerend om daar te zitten pennen).  Ik wil Frank Boon tenslotte van harte bedanken voor de immens interessante en leerrijke uiteenzetting.

Brouwerij BOON
Fonteinstraat 65
1502 Lembeek
TEL: 02 356 66 44
info@boon.be

Bronnen en meer info:
Website brouwerij Boon
Brouwer uit geestdrift (Casimir Elsen, Zytholoog nr. 6)
Op bezoek bij Frank Boon (Jef Van den Steen, Zytholoog nr. 6)
De etiketten van Boon (Fons Minne, Zytholoog nr. 6)
Duivels Bier, een zwaar donker stadsbier.

Een interessante link over de smaak van bier vind je hier op de website van hobbybrouwen.nl.

02
okt
08

Brasserie Caracole

Waar het verleden weer opleeft.

In Falmignoul, op een boogscheut van Dinant, lijk je in de Côte Marie-Thérèse 86 op amper een tiental treden van een ver brouwverleden te staan. Buiten, onderaan de trap, zuigt een donkergroene beslagkuip de bierliefhebber onverbiddellijk naar binnen. Wanneer je trapje per trapje naar boven schrijdt, duiken achter het groene gevaarte de zwart aangeslagen muren op waarin de warmwater- en kookketel zijn ingebed.  Hier in brasserie Caracole wordt met hout gestookt, een unicum in het hedendaagse brouwen.

Dit pand herbergde sinds 1766 de brouwerij Moussoux, later brouwerij Lamotte tot deze in 1971 de deuren sloot. Toen François Tonglet en Jean-Pierre Debras in 1992 er naar de oude filterkuip kwamen kijken – die echter te groot was om in hun kleinere brouwerij (sinds 1990) in Namen te plaatsen – bleek ook het volledige pand te koop. Sinds 1994 geniet de oude brouwerij weer de vertrouwde wortdampen als vanouds.

Een houten deur brengt je van de brouwzaal naar een ruime schuur, het degustatielokaal. Het lijkt of de winter hier reeds haar intrede heeft gedaan: het is er ijskoud, maar enig mooi. Omdat we de bieren van brasserie Caracole – volgens Tim Webb en Joris Pattyn in hun gloednieuwe boek ‘100 Belgian beers to try before you die’ de beste bierproducent van de provincie, iets wat we niet tegenspreken – behoorlijk kennen, kiezen we voor ‘gastbrouwsels’, gebrouwen door en/of voor derden: Tournée Beaurinoise, Forestinne Ambrosia en Forestinne Mystica. Dit laatste bier is momenteel een blonde broeder van Forestinne Ambrosia, maar het is de bedoeling dat achter dit etiket regelmatig een ander verrassingsbier schuilt, telkens een ‘mystiek’ brouwsel van de Forestinne brouwers Michaël ‘Mickey’ Vermeren en Philippe ‘Le Chevalier du Malt’ Golinvaux. Het bier wordt erg koud geschonken en in de al even koude omgeving baten de handen rond het glas niet om het bier op een aanvaardbaar proefbare temperatuur te krijgen.

Terwijl een sympathieke juffrouw (de brouwersdochter ?) een groep toeristen rondleidt, sluipen we met hen mee naar de gistzaal. Tanks van verschillende formaten laten hier de gekookte en afgekoelde wort – door een buizensysteem aangevoerd vanuit de brouwzaal – tot bier vergisten en nadien lageren. Wat verderop bevindt zich de bottellijn.

  

  

Op de kaart van het proeflokaal prijkt El Courcèlangn’, een bier dat geen van ons reeds kent. Brouwer Fançois Tonglet, de huidige patron van de brouwerij, spreekt van een pale ale / saisontype, een origineel brouwsel voor de gemeente Courcelles, dat daar ook wel onder een nog minder bekende naam verkocht wordt. Het is echter niet uitgesloten dat dit bier later onder een andere naam het gamma van brouwerij Caracole komt vervoegen. Er wordt gewerkt met 100 % pale ale mout en Hallertau hop.

  

Ondanks de kilte, pogen we toch een degelijk proefverslag uit onze verkrampte zintuigen te distilleren. De aanzet is moutig en enerzijds zoetig kandij, anderzijds kruidig met koriander, iets van bloemetjes (doet me wat denken aan bieren met toevoeging van onze-lieve-vrouw-bedstro) en citrus (appelsien). De smaak is zoetig met een broodachtige toets, lichtzurig ook terwijl wat kruidigheid blijft hangen, nu met een hint van laurier en tijm. Die kruidigheid blijft hangen in de nasmaak, terwijl wat bitterheid komt opzetten.

Bron:
Homepage Caracole Bier door Martin Keizer.

Prachtige foto’s van de brouwerij vind je hier op de blog ‘Brouwerijen in België’.

El Courcèlangn’ zal te proeven zijn op het Vilvordia BierProefFestival op zaterdag 25 april 2009 in Jette.




Vilvordia BierProefFestival 2012

Welkom !

  • 464.931 bierliefhebbers laafden hier hun dorst

Vul jouw e-mailadres in om je in te schrijven op deze blog en ontvang een bericht bij elke nieuwe post.

Doe mee met 280 andere volgers

RSS Biernieuws

  • Er is een fout opgetreden. De feed is waarschijnlijk uit de lucht. Probeer later opnieuw.

Steun Zythos !

Posts per dag

oktober 2008
M D W D V Z Z
« sep   nov »
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  

Twittered